maandag 21 juli 2014

Een dubbel gevoel....

Vanmorgen, tijdens het drinken van een kop koffie, voerde ik een vrolijk whatsapp-gesprekje met mijn 21-jarige zoon. Hij, met zijn voeten in het zwembad bungelend, onder de brandende zon in Griekenland…ik, met alle deuren tegen elkaar open en de regen verwelkomend, hier in Nederland.

Mijn gedachten gaan terug naar de dag, een week geleden, waarop hij naar Kreta vloog. Hij had mieters veel zin in dit weekje naar de zon, op het laatste nippertje geboekt. Genietend deelde ik met hem mee in de voorpret. Hij had het verdiend; eindelijk had hij zijn Propedeuse behaald en mocht hij verder met zijn studie Bedrijfskunde in Amsterdam! Geweldig! Zijn grootste zorg bestond nu uit het scoren van een hippe zonnebril en dito zwembroek. Het leven lachte hem toe.

Maandag 14 juli: een smsje van zoonlief vanaf de luchthaven: “Ik ga nu aan boord, mam! Tot over een week!”, en ik telde stiekem de uren af en blikte af en toe op mijn telefoon. Tot mijn opluchting verscheen in de handige app van Schiphol netjes het woordje ‘geland’ bij zijn vluchtnummer. Het was goed gegaan.

Donderdag 17 juli: de vakantie van manlief was eindelijk aangebroken! Maar onze blijdschap sloeg al snel om in totale ontsteltenis bij het horen van het verschrikkelijke nieuwsbericht. Een passagiersvliegtuig, onderweg van Amsterdam naar Kuala Lumpur, uit de lucht geschoten door een raket….het is niet te bevatten. Gespannen volgen we de ontwikkelingen op tv. Gedachten dwalen af naar de mensen thuis die pas hun geliefden uitzwaaiden op Schiphol. De eerste hartverscheurende berichten via Social Media doen je bestaan op zijn grondvesten schudden. Totale ontreddering, verbijstering, ongeloof en onmenselijk groot verdriet. Heel Nederland huilt mee. Sprakeloos van de schok kijk ik naar de beelden. Het zijn dezelfde beelden als die ik zag in een klein en  donker hoekje van mijn hoofd, mocht er iets misgaan tijdens de vlucht van mijn zoon. Beelden die ik snel weer had weggestopt. Lichamen verspreid over de rampplek, totale ravage, huilende familieleden  die worden opgevangen op Schiphol, vluchtinformatie die op ‘niet bekend’ blijft staan, het houdt niet op. Ik kan alleen nog maar denken aan wat de slachtoffers hebben moeten doorstaan en de hel waarin hun dierbaren terecht zijn gekomen. Hoe meer uren en dagen er verstrijken hoe gruwelijker deze hel blijkt te zijn. Heel Nederland is in rouw gedompeld. Er verschijnen verhalen die sommige slachtoffers een gezicht en naam geven, verhalen ook van mensen die op het nippertje aan de ramp zijn ontsnapt, maar ook nieuwsberichten over de plek des onheils, die we soms liever niet hadden gehoord of gezien.

Maandag 21 juli: de dag van de terugreis van zoonlief. De vakantie zit er op. Zijn koffer staat klaar en zijn rugtas ‘puilt uit van de souvenirs’ zo vertrouwde hij me glunderend toe. We hebben geen woord gewisseld over de vliegramp, misschien om elkaar niet ongerust te maken. Opgewekt vertelt hij dat ze ‘nog een laatste drankje doen’ bij Yamas, eigenaar van een naastgelegen cafĂ©, waarmee ze bevriend zijn geraakt. Even zo opgewekt wens ik hem veel plezier en een veilige thuisreis toe. “Ik zie je vanavond op Schiphol, lieverd!”, zeg ik.  Mijn zoon stuurt een smiley via whatsapp. “Fijn mam, tot straks!” En wederom bloedt mijn hart als ik denk aan alle familieleden, vrienden en kennissen die ook tegen hun geliefden hebben gezegd: “Tot na de vakantie!” en nu alleen zijn achtergebleven.

Vanavond gaan we naar Schiphol om onze zoon op te halen. Maar mijn gedachten zijn vooral bij de nabestaanden van de slachtoffers. Ik kan straks mijn zoon weer omhelzen (daar ga ik gewoon van uit!), luisteren naar zijn enthousiaste verhalen en genieten van de door hem beloofde fotoreeks, zij kunnen dat nooit meer…
Wanneer ik straks mijn bloemen neerleg bij de gedenkplaats die spontaan is ontstaan bij Schiphol, zijn zij in mijn gedachten en sla ik een kruisje voor ieder van hen. Nee, ik ben niet gelovig maar ik ben wel van mening dat zij alle kracht, warmte en liefde die er te vinden is nodig zullen hebben om dit vreselijke verlies te kunnen dragen.

Sandra van de Walle

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen