dinsdag 30 september 2014

Geertje Paaij - In hemelsnaam ****

Wat begint met de ontvangst van een stamboomboekje van de familie Paaij mondt uit in een zoektocht naar verdere informatie over de leden van deze familie. Er blijkt echter opvallend weinig bekend te zijn over grootmoeder Adriana Johanna Frederica van Boxcel, zelfs foto’s zijn er niet te vinden. Wie was deze vrouw, wat dreef haar er toe haar zoon en diens kleine zusje onder te brengen in armengestichten en wat is de reden dat zij bijna niet voorkomt in de archieven?


Geertje Paaij doet in ‘In hemelsnaam’ verslag van haar bevindingen. Een brief die haar vader ooit schreef aan Mies Bouwman biedt daarbij vele aanknopingspunten. Maar de speurtocht in het verleden brengt ook veel onduidelijkheden aan de oppervlakte. De zoektocht van Paaij getuigt van een groot doorzettingsvermogen. De vele vragen rondom haar grootmoeder en de enorme behoefte deze vrouw een gezicht en een stem te geven, maken dat de auteur van geen opgeven wil weten.

Wanneer er steeds meer aanwijzingen naar boven komen dat Adriana geestelijk ziek was, is dat voor Paaij een heftige confrontatie. Haar eigen dochter worstelde immers  met schizofrenie en diverse psychoses waardoor de situatie thuis op den duur onhoudbaar werd. De auteur zag zich genoodzaakt haar kind de deur te wijzen. Via allerlei omzwervingen wordt het meisje uiteindelijk opgenomen in een psychiatrische instelling. Over deze aangrijpende periode in haar leven schreef Paaij het boek ‘Volg de blauwe lijn’. De ontdekking dat meerdere familieleden van Adriana onderhevig waren aan geestelijke moeilijkheden doet vermoeden dat de problemen van haar dochter misschien wel erfelijk bepaald zijn.

De vloeiende wijze waarop Paaij de gevonden informatie aan elkaar schrijft maakt het lezen van ‘In hemelsnaam’ tot een boeiende ervaring. De gedeeltes waarbij zij haar fantasie de vrije loop laat -en als het ware in de huid kruipt van haar voorouders- zijn zo beeldend weergegeven dat het mij niets zou verbazen als het destijds werkelijk zo gegaan is. Zij beschrijft de personen zo volledig dat zij bijna tot leven lijken te komen. Daarbij schroomt zij niet ook de minder leuke ontdekkingen uit te diepen. Dat een en ander voor de auteur emotioneel erg zwaar moet zijn geweest, behoeft geen verdere uitleg. Ieder van ons zou graag willen dat onze voorouders van onbesproken gedrag waren. De ontdekking dat dat helaas niet altijd het geval is, is een moeilijk gegeven om zomaar overheen te stappen. De wijze waarop de auteur zich staande houdt, haar bevindingen onder de loep legt en geen moment overweegt te stoppen met zoeken vind ik bewonderenswaardig.

Het is zoals Geertje Paaij zelf zegt: “Iedereen heeft recht op een nagedachtenis.”
Met dit boek heeft zij haar streven tot een waardig einde gebracht. Ook al zijn er dan geen beelden van Adriana bewaard gebleven, door dit prachtige boek zal haar grootmoeder echter nooit vergeten worden.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen